Insuline

Bij diabetes kan het lichaam de bloedsuiker niet meer in evenwicht houden. Dat komt doordat het lichaam te weinig van het hormoon insuline heeft. En ook reageert het lichaam vaak niet meer goed op insuline. Of het maakt helemaal geen insuline meer. Insuline regelt de bloedsuikerspiegel.

De alvleesklier maakt insuline aan en die komt terecht in het bloed, dat door het hele lichaam stroomt.
Na een maaltijd stijgt de bloed glucose en dat stimuleert bij gezonde mensen de afgifte van insuline. Insuline zorgt ervoor dat glucose word gevoerd naar de cellen en dat de cellen opengaan zodat de glucose naar binnen kan om te worden verbrand tot energie. Bij onvoldoende insuline of als de cellen ongevoelig zijn voor insuline kan glucose de cel niet goed in. Waardoor de bloed glucose stijgt en zo ontstaat diabetes.  

De meeste mensen spuiten insuline onderhuids. Dit noem je ook wel subcutaan. Dit doe je in het bovenbeen of in de buik, soms in een bil of de bovenarm. Je doet dit met een insulinepen ter grootte van een vulpen. Er zijn pennen die al gevuld zijn met insuline, en pennen waarbij je zelf een patroon met insuline in moet doen.
Je hebt ook een insuline pomp. Die draag je aan je kleding vast en regelt de insuline voor je lichaam. Het geeft 24 uur per dag snelwerkende insuline. De pomp word aangesloten via een klein slangetje die net onder de huid is ingebracht.

De hoeveelheid insuline die je spuit wordt uitgedrukt in internationale eenheden, op schrift afgekort als I-E of nog simpeler als E. Alle patronen of pennen bevatten 300 eenheden insuline in 3 milliliter.



Er zijn verschillende soorten insuline met een verschillende werking.
- Snelwerkende insuline die snel in het bloed word opgenomen.
- Insuline met een langzamewerking.
- Mix, dat is een mix van langzaam en snelwerkende insuline.