Syndroom van Down

Beschrijving van problematiek en gevolgen

Het probleem is ze niet kunnen omgaan met eigen leeftijdsgenoten zonder down syndroom. Nieuwe situaties of veranderingen zijn ook moeilijk. Ruim de helft van de jongeren raakt in paniek bij nieuwe situaties. Ze verzetten zich daarom tegen veranderingen. Jongeren met Downsyndroom hebben ook meer gedragsproblemen dan jongeren zonder Downsyndroom.

Jongeren met Downsyndroom maken net zoals anderen in de puberteit een seksuele ontwikkeling door, zowel lichamelijk als geestelijk. Vrouwen met Downsyndroom zijn meestal vruchtbaar. Mannen met Downsyndroom zijn verminderd of niet vruchtbaar.

Ongeveer de helft van de kinderen met het Downsyndroom heeft een aangeboren afwijking aan het hart. Bij de helft van deze kinderen met een hartafwijking is een operatie nodig, meestal in het eerste levensjaar. Veel kinderen met Downsyndroom hebben een oogafwijking, zoals staar, scheel zien, ooglidrandontsteking of ze zien slecht. Ook problemen van de luchtwegen en keel-, neus- en oorontstekingen komen vaker voor.

Ze zijn ong. 20 centimeter kleiner als de gemiddelde mens en ze hebben sneller last van overgewicht als iemand zonder down.

wat is de oorzaak van Syndroom van Down

Downsyndroom wordt veroorzaakt door een extra chromosoom. Chromosomen zitten in al onze lichaamscellen en bevatten onze erfelijke eigenschappen. Normaal gesproken hebben we in elke cel twee exemplaren van elk chromosoom. Iemand met Downsyndroom heeft van één bepaald chromosoom (chromosoom 21) geen twee, maar drie stuks in elke cel. Dit noem je Trisomie 21. De oorzaak van het ontstaan van Trisomie 21 is onbekend. Wel weten we dat oudere moeders duidelijk meer kans hebben op een kind met Downsyndroom. Word je op je twintigste moeder dan heb je ongeveer kans van 1 op de 1500. Ben je zevenendertig jaar, dan is de kans 1 op 100. Heb je al een kindje met Downsyndroom, dan is de kans dat je bij een volgende zwangerschap opnieuw een kind krijgt met het syndroom iets groter.

Aandachtspunten van de omgang

Kinderen met het Syndroom van down ontwikkelen zich langzamer. Om kinderen met het syndroom van down naar een gewone basisschool te laten gaan zijn een aantal punten heel erg belangrijk.

Een goede samenwerking en vertrouwensrelatie tussen ouders, groepsleraren, remedial teachers en andere betrokkenen.

Emotioneel sterke ouders die erin geloven dat hun kind op de gewone basisschool zich goed kan ontwikkelen.

Leraren die open staan voor het omgaan met verschillen en het als een positieve uitdaging zien om het kind met Downsyndroom aan de slag te gaan.

Scholen kunnen de extra begeleiding van een leerling met Downsyndroom financieren uit de leerling-gebonden financiering en het persoonsgebonden budget.

Het stimuleren van een leerhouding

Een kind met Downsyndroom leert niet zo snel als een normaal kind en heeft ook een lager eindniveau. Maar het kan heel veel dingen zelfstandig doen, daar is dan wel geduld voor nodig. Het is belangrijk dat ze in een zo stabiel mogelijke omgeving opgroeien, dan krijgen ze een gevoel van veiligheid. Vaak worden ze op het niveau van een baby aangesproken, dit is niet stimulerend om de leerhouding te ontwikkelen. Ook moeten verkleinwoordjes vermeden worden. Ook is het belonen van de dingen die ze goed doen belangrijk. Dit werkt beter dan straffen als het fout gaat.

Een kort inhoudelijk overzicht van de, voor deze groep betreffende, voorzieningen.

De belangrijkste voorziening bij kinderen met het Down Syndroom is de Ambulant begeleider. Een Ambulant begeleider ondersteunt het kind, zodat hij ondanks zijn beperking gewoon naar een normale basisschool kan. Ze hebben namelijk veel hulp, extra uitleg en aandacht nodig. Een leraar heeft daar natuurlijk niet genoeg tijd voor, omdat er nog veel meer kinderen in de klas zitten.

In groep 1 kun je dan bijvoorbeeld denken aan het helpen met een tekening of met een puzzel en is de begeleider er ook niet elke dag. Bij een hogere groep is de begeleider er wel elk moment en begeleid die het kind ook met alles. Ook werken de kinderen vaak met de begeleider buiten de klas, zodat ze rustig extra uitleg kunnen geven of dingen herhalen, omdat ze vaak ook een makkelijkere stof hebben en niet even ver zijn als de klas.

Verder is het bij de kinderen verschillend welke extra voorzieningen ze hebben. Bijvoorbeeld een ipad, omdat ze niet goed met een computer kunnen werken. Of een beeldscherm waarbij ze mee kunnen kijken op het bord maar dan alles dichterbij kunnen volgen.

filmpje over het Syndroom van Down :

https://www.youtube.com/watch?v=KQrxxRBOuJs

gemaakt door: Esmee, Hanne en Dominique.

Comment Stream