'Vrouwelijke solidariteit en mannelijk feminisme' - Lodewijk Asscher


Toespraak van minister Asscher (SZW) bij de Opzij Top 100 op 17 november 2014 in Amsterdam.

Dames,

Mijn moeder werd na haar afstuderen wetenschappelijk medewerker aan de UvA, toen nog de Gemeente Universiteit. Ze werkte als wetenschapper vol passie aan onderwerpen als gelijke behandeling, toegang tot de dienstbetrekking en positie van de zieke werknemer. Ze werd lid van de Emancipatieraad en in 1989 van de SER.

Door sommige werkgevers in de SER werd ze 'mevrouwtje' genoemd. Leuk dat je er bent, maar laten we het niet te serieus maken. Iets wat ze ijzig onderging en nooit vergaf. Als ze geen zin had in een borrel of etentje dan zei en zegt ze ook vandaag nog: "Nee, dan moet ik strijken". Het meest verwarrende aan die smoes is dat het waar is.

Men heeft haar altijd reuze excentriek gevonden met haar vouwfiets en appeltaartmetaforen maar het meest vreemde was natuurlijk dat ze een vrouw is.

Voor haar kinderen, voor mij, was soms voelbaar dat ze zich schuldig voelde dat ze alles tegelijk moest zijn. De zolderkamer in het huis in Den Haag waar ik opgroeide was haar studeerkamer en was voor de helft gevuld door de prehistorische computer met reusachtige floppy disks waarvan regelmatig een hoofdstuk verdween. De andere helft betrof jurisprudentiebundels met onleesbare aantekeningen. In de vakanties togen we met de trein naar het Volkenkundig museum in Leiden of de poppenhuizen in het Rijksmuseum. Speciaal voor mijn zusje.

Mijn oma was een sterke vrouw met een ijzeren wil. Ze schijnt ijzersterk geweest te zijn in de jaren in het kamp. Maar dat betekende niet dat ze begrip voor mijn moeder had. 'Kind, moet je nou alweer werken?' vroeg ze haar schoondochter keer op keer.

Toen de kinderen naar de middelbare school waren, ging mijn moeder voltijds werken en mocht ze eindelijk professor worden. Aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Voorwaarde was wel dat je dan in Nijmegen ging wonen. Ze heeft dat met plezier ondertekend, maar natuurlijk nooit gedaan. 'Dan moeten ze me maar ontslaan,' zei ze. 'Ik ga natuurlijk niet mijn gezin opgeven.'

Kijk dan naar 2014. Mijn vrouw en ik delen de verantwoordelijkheden zo goed mogelijk. En ook mijn zussen zijn trotse stoere vrouwen met gezin én een baan. En ja, anno 2014 is voor het eerst een man welkom als spreker bij de Opzij top-100. De ultieme doorbraak.

Het roept de vraag op: Wie heeft nu eigenlijk het meest geprofiteerd van de feministische succesgolf?

Mijn antwoord zou zijn: de man. Mijn vader was mijn hele jeugd als hardwerkend advocaat veel van huis. En als hij er was zat hij ‘s avonds over de eettafel gebogen aantekeningen te maken. Ik zie hem nog zitten met een groen pennetje en zijn oneindige multomapjes. Een heel eigen systeem van analyse van jurisprudentie dat hij alleen zelf kon ontsluiten. Af en toe keek hij op en vroeg ons hoe het op school was geweest. Mijn jongste zusje werd razend als hij de vraag later herhaalde.

Toen mijn moeder professor werd leerde hij pasta koken en werd daar door sommige compagnons meewarig om aangekeken. Nu is hij regelmatig op het schoolplein of de crèche om onze kinderen op te halen en ik zie hoe hij ervan geniet en hoe fijn hij het voor mij vindt dat ik er minder van hoef te missen dan hij.

De man die op zondag het vlees snijdt, hij bestaat bijna niet meer. Of het moet echt zijn uit de hand gelopen kookhobby zijn. Ik prijs me gelukkig dat mannen nu ook kinderen mogen opvoeden. En die vreugde mogen ervaren. Ik prijs me gelukkig dat we bevrijd zijn van het kostwinnersjuk.

Mijn opvoeding door een geëmancipeerde, feministische, linkse moeder en een beschermende, idealistische, liberale vader heeft me niet alleen resistentie tegen vrouwentranen opgeleverd. Maar ook de rotsvaste overtuiging dat ieder mens de vrijheid verdient te woekeren met zijn talenten in welke carrière dan ook, zonder een moment afstand te hoeven doen van zijn of haar ouderschap of familiegevoel.

Toen ik minister werd heb ik me heilig voorgenomen er aan bij te dragen dat werk en zorg makkelijker gecombineerd kunnen worden. Vorige maand nam de Tweede Kamer mijn wetsvoorstel aan. Met meer vaderschapsverlof, meer ruimte voor ouders van meerlingen en te vroeg geboren kinderen. En ruimer zorgverlof, als je voor iemand wilt zorgen, ook als dat geen familielid is.

De tegenstand en verontwaardiging was groot en voor mij onbegrijpelijk. Werkgevers waren furieus.

Is het voldoende? Nog lang niet. Maar ik vier elke kleine stap op de goede weg.

Ik denk dat ik ook dat van mijn moeder heb meegekregen. Net als zij geloof ik dat dit soort wetgeving nodig is om mensen te steunen in hun emancipatie. Maar we weten ook dat niet alleen wetten in de weg staan tussen droom en daad. Dat zijn toch ook vooral de knellende rolpatronen. De vastgeroeste opvattingen die we over elkaar koesteren.

En dus, hoe trots ik ook ben op die wet, ik denk dat ik vorig jaar meer gedaan heb voor de emancipatie, en geheel onbedoeld.

Hier ziet u de voorpagina van de Telegraaf van 13 november vorig jaar. Een echte Haagse aanval in de rug. Anonieme fractievoorzitters spreken schande van het feit dat ik naar huis was gegaan om met mijn jongens Sint Maarten te lopen. 'Het is hier geen kleuterschool,' was het mooiste commentaar, omdat dat zichzelf ontkrachtte. Nog een mooie: 'Ook bij de onderhandelingen over het begrotingsakkoord had Asscher de indruk gegeven liever bij zijn gezin te zijn.' Reken maar dat dat klopte!

Toch is een Haagse aanval niet zo interessant. Zelfs niet over mijn keuze om ook vader te willen zijn naast vicepremier. Opmerkelijker was de taxatiefout van de Telegraaf. Op de website van de krant en op Twitter
reageerden veruit de meeste mensen heel anders dan verwacht. Het eeuwige geschamper op politici bleef deze keer achterwege. Men vond het wel mooi dat ik naar huis was gegaan. Laat die man ook een keer naar zijn kinderen. En dus verscheen diezelfde middag al op de site van de Telegraaf: 'Ook veel steun voor papa Asscher.' (Overigens viel me dit jaar op dat opvallend veel politici over Sint Maarten twitterden.)

Dat brengt me naar vandaag. Naar u. Naar deze bijeenkomst.

We weten allemaal dat emancipatie niet verder komt, als we niet door durven te zetten in het doorbreken van oude patronen. Dat de volgende fase alleen een succes wordt als man en vrouw samen strijden voor de mogelijkheid leven en werken echt te combineren. Omdat alleen dan er echte gelijkheid mogelijk is.

Dus, alsjeblieft geen feministische meetlat meer waarin pochende mannen mogen vertellen over zichzelf. Waarin een man een voldoende scoort omdat hij zijn eigen overhemden strijkt - met een mouwplankje!

Nee, de lat moet hoger!

Als het nieuwe feminisme ook voor mannen is, kan ik mijn drie zonen geruststellen dat ook zij mee mogen doen. Want er zijn nog zovelen te bevrijden uit onderdrukking. Ook hier in ons eigen land valt er nog zoveel te winnen.
Ik wil daar graag aan bijdragen. Voor vrouwen. Voor mannen. En voor de toekomst van mijn kinderen. Zodat zij vrij kunnen zijn om keuzes te maken, net als hun toekomstige partners.
Dank u wel.