Diabetes type 1 en 2

Ronja Bijen, Melissa knol en Leonie aan de Stegge

Waarom wordt er bij een diabeet insuline gespoten?

Glucose is de brandstof voor alle lichaamscellen. Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt in de alvleesklier en ervoor zorgt dat de glucose uit onze voeding vanuit het bloed door de cellen kan worden opgenomen. Als het lichaam zelf geen of onvoldoende insuline aanmaakt, kan de glucose niet worden opgenomen en functioneert het lichaam niet. In dat geval moet een aantal keer per dag insuline worden toegediend. Insuline dient om de bloed glucose zo normaal mogelijk te houden: niet te hoog en niet te laag. Dat betekent nuchter lager dan 7 mmol/l, één tot twee uur na de maaltijd lager dan 9 mmol/l en een HbA1c van minder dan 7%. Dit zijn streefwaarden voor de behandeling die niet voor iedereen even simpel te bereiken zijn.

Hoe werkt insuline?

Insuline wordt geproduceerd door de bètacellen van de Eilandjes van Langerhans. Wanneer de bloedglucosespiegel te hoog dreigt te worden (2 uur na de maaltijd 8mmol/l) geeft de alvleesklier insuline aan het bloed af. Insuline zorgt ervoor dat bijna alle cellen glucose uit het bloed opnemen en verbranden of opslaan in de vorm van glycogeen. Glycogeen is een koolhydraat wat uit glucose bestaat en ligt opgeslagen in de spieren en lever. Wanneer de cel glucose verbrandt, stopt de afbraak van vetten en aminozuren in de cellen. Niet alle cellen hebben insuline nodig om glucose uit het bloed op te nemen. Rode bloedcellen, neuronen, dekweefselcellen van de nierbuisjes en het spijsverteringskanaal hebben geen insuline nodig om glucose uit het bloed op te nemen. Insuline is echter niet alleen een hormoon wat invloed heeft op de bloedglucosespiegel. Insuline zorgt er ook voor dat eiwitten uit aminozuren worden opgebouwd en vetten uit vetzuren en glycerol. Insuline is dus een zeer belangrijk anabool hormoon. Insuline zorgt er voor dat lichaamsweefsels worden opgebouwd.

Hoe kun je insuline toedienen?

De meeste mensen spuiten insuline onderhuids (ofwel subcutaan) in het bovenbeen of in de buik, soms in een bil of de bovenarm. U doet dat met een insulinepen ter grootte van een vulpen. Er zijn pennen die al gevuld zijn met insuline, en pennen waar u zelf een patroon met insuline in moet doen. Er zijn ook andere manieren om insuline toe te dienen. Een pompje dat is verbonden met een onderhuids naaldje kan uitkomst bieden als het met meerder keren per dag insuline spuiten niet lukt goede glucosewaarden te bereiken. In het ziekenhuis wordt insuline soms via een ader toegediend. Heel soms wordt een pomp met een slangetje naar de buikholte gebruikt. Bij grote spuitangst (vooral bij kinderen) kan worden gekozen voor een hogedrukspuit zonder naald, of een onderhuidse slangetje dat enkele dagen kan blijven zitten.

Welke soorten insuline zijn er?

  • Superkort werkende insuline die je direct voor de maaltijd of soms meteen erna neemt. Deze insuline werkt vier tot vijf uur.
  • Kort werkende insuline die je een halfuur tot kwartier voor de maaltijd neemt. Deze insuline werkt zes tot acht uur.
  • Middellang werkende insuline die je bijvoorbeeld ’s avonds neemt. Deze insuline heeft het maximale effect pas na 4-8 uur en werkt daarna nog een paar uur door.
  • Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline) die heel geleidelijk werkt voor ongeveer een dag.
  • Mix-insulines zijn combinaties van de andere insulinesoorten. Ze worden meestal twee keer per dag genomen, voor het ontbijt en voor de avondmaaltijd.

Welke soorten pennen zijn er?

Er zijn twee soorten insulinepennen: voor gevulde en navulbare. Beide bestaan uit een soort pen waarop een wegwerpnaaldje geschroefd kan worden. Verder heeft de pen een doseerknop om de dosis te regelen. Het verschil is dat een voor gevulde pen bij levering gevuld is met insuline. Wanneer de pen leeg is wordt deze weggegooid. Een hervulbare pen bevat een ampul met insuline die vervangen kan worden wanneer deze leeg is.

Comment Stream

2 years ago
0

Mooi gemaakt