Insuline

Zorgvragers in de praktijk.

Waarom wordt er bij een diabeet insuline gespoten?

Een tekort aan insuline leidt tot suikerziekte. Insuline is een hormoon. Hormonen zijn stofjes die de verschillende processen in het lichaam regelen. Insuline regelt de glucose-stofwisseling, en speelt een rol bij de vetstofwisseling. De naam insuline komt van het Latijnse woord voor eiland (insula). Insuline wordt immers gemaakt in de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier.

Hoe werkt insuline?

Insuline verlaagt de bloedsuikerspiegel (bloedglucose). Het komt erop neer dat bloedsuiker vanuit het bloed in de lichaamscellen terechtkomt. Van bloedsuiker maakt het lichaam energie om van te leven. Insuline zorgt ervoor dat bloedsuiker kan worden opgenomen door alle cellen in het lichaam.

De alvleesklier maakt insuline aan en die komt terecht in het bloed, dat door het hele lichaam stroomt. Aan de buitenkant van elke cel van het lichaam zit een soort ‘uitkijkpost’ voor insuline. Zodra die insuline ziet langskomen in het bloed, geeft hij een seintje aan de cel, zodat de deur opengaat om bloedsuiker binnen te halen.

Er zijn verschillende soorten insuline met een verschillende werking. Zo is er snelwerkende insuline die snel in het bloed wordt opgenomen en die in korte tijd de bloedsuiker verlaagt. Ook is er insuline met een langzame werking, en allerlei tussenvormen.

Hoe kun je insuline toedienen?

De meeste mensen spuiten insuline onderhuids (ofwel subcutaan) in het bovenbeen of in de buik, soms in een bil of de bovenarm. U doet dat met een insulinepen ter grootte van een vulpen. Er zijn pennen die al gevuld zijn met insuline, en pennen waar u zelf een patroon met insuline in moet doen.

De hoeveelheid insuline die u spuit wordt uitgedrukt in internationale eenheden, op schrift afgekort als I-E of nog simpeler als E. Alle patronen of pennen bevatten 300 eenheden insuline in 3 milliliter.

Welke soorten insuline zijn er?

  • Superkort werkende insuline (kortwerkende insulineanaloga) die je direct voor de maaltijd of soms meteen erna neemt (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline werkt vier tot vijf uur.
  • Kort werkende insuline (gewone, zogenoemde ‘regular’ insuline) die je een halfuur tot kwartier voor de maaltijd neemt (actrapid, humuline, insuman rapid). Deze insuline werkt zes tot acht uur.
  • Middellang werkende insuline (matig langzaam opgenomen) die je bijvoorbeeld ’s avonds neemt (NPH-insuline). Deze insuline heeft het maximale effect pas na 4-8 uur en werkt daarna nog een paar uur door.
  • Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline) die heel geleidelijk werkt voor ongeveer een dag (insuline glargine en detemir).
  • Mix-insulines zijn combinaties van de andere insulinesoorten. Ze worden meestal twee keer per dag genomen, voor het ontbijt en voor de avondmaaltijd (bijvoorbeeld humuline NPH, lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine).

Welke soorten pennen?

Insulinepomp: Een insulinepomp (ook wel diabetespomp genoemd) is een klein apparaatje dat u 24 uur per dag op uw lichaam draagt. Dit apparaat geeft automatisch kleine hoeveelheden insuline af aan uw lichaam, waardoor uw bloedsuikerspiegel beter op peil blijft. Uw verpleegkundige stelt de hoeveelheden insuline in die het apparaat toedient. U kunt zowel met diabetes type 1 als type 2 gebruikmaken van een pomp. Insuline pen: Een insulinepen is een soort spuit waarmee u insuline kunt injecteren. Deze pen lijkt - zoals de naam al aangeeft - op een pen waarmee u schrijft, maar heeft aan het uiteinde een heel dun naaldje, dat u er voor elke toediening zelf op kunt bevestigen. Op de insulinepen zit een knopje waarmee u het benodigd aantal eenheden insuline instelt. U prikt dan het naaldje net onder uw huid, waarna u uzelf de insuline toedient. Uw verpleegkundige vertelt u altijd precies hoe het werkt.


Comment Stream

2 years ago
0

Ziet er netjes uit!