Insuline

                Waarom? Hoe? En welke soorten?

                   We geven antwoord op de                                              volgende vragen:

Waarom wordt er bij een diabeet insuline gespoten?

                                                   Hoe werkt insuline?

Hoe kun je insuline toedienen?

        Welke soorten insuline zijn er?

Glucose is de brandstof voor alle lichaamscellen. Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt in de alvleesklier en ervoor zorgt dat de glucose uit onze voeding vanuit het bloed door de cellen kan worden opgenomen. Als het lichaam zelf geen of onvoldoende insuline aanmaakt, kan de glucose niet worden opgenomen en functioneert het lichaam niet. In dat geval moet een aantal keer per dag insuline worden toegediend. Insuline dient om de bloedglucose zo normaal mogelijk te houden: niet te hoog en niet te laag. Bij mensen met diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen insuline meer aan. Zij moeten zichzelf daarom insuline toedienen. Maar ook 20 tot 25 procent van de mensen met diabetes type 2 en vrouwen met zwangerschapsdiabetes kunnen insuline voorgeschreven krijgen. Dit kan naast of in plaats van de tabletten. Ook kan het voor mensen met diabetes type 2 nodig zijn om tijdelijk, bijvoorbeeld bij koorts of na een operatie, insuline te gebruiken.

Insuline is een hormoon. Hormonen zijn stofjes die de verschillende processen in het lichaam regelen. Insuline regelt de glucose-stofwisseling, en speelt een rol bij de vetstofwisseling. De naam insuline komt van het Latijnse woord voor eiland (insula). Insuline wordt immers gemaakt in de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Glucose is een belangrijke brandstof, het levert energie. Glucose is afkomstig uit de koolhydraten in de voeding. Glucose wordt uit de darm opgenomen in het bloed, en wordt dan bloedglucose of kortweg glucose genoemd.

Insuline injecteren doe je meestal met een insulinepen. Dat is een injectiespuit met een heel dun naaldje. Insuline spuit je in vlak onder de huid, in het onderhuidse vet. Dat heet ‘subcutaan’. Het komt dus niet rechtstreeks in het bloed, maar wordt geleidelijk opgenomen. De plaats van insuline injecteren, is afhankelijk van de soort insuline en of iemand overgewicht heeft. Kortwerkende insuline werkt het snelst als het onder de buikhuid wordt geïnjecteerd. Maar heb je een buikje door overgewicht, dan kan dat beter in een arm of dijbeen gebeuren. Wanneer de insuline maar heel geleidelijk zijn werk moet doen, dus bij langwerkende insuline, is het beter om te injecteren in bil of been. Een alternatief voor zelf insuline injecteren is de insulinepomp.

Er zijn verschillende soorten insuline:

  • Super kort werkende insuline (kortwerkende insulineanaloga) die direct vóór de maaltijd of soms meteen erna wordt ingenomen (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline werkt vier tot vijf uur.
  • Kort werkende insuline (gewone, zogenoemde ‘regular’ insuline) die een halfuur tot kwartier vóór de maaltijd wordt ingenomen (actrapid, humuline, insuman rapid). Deze insuline werkt zes tot acht uur.
  • Middellang werkende insuline (matig langzaam opgenomen) die bijvoorbeeld ’s avonds wordt ingenomen (NPH-insuline). Deze insuline heeft het maximale effect pas na 4-8 uur en werkt daarna nog een paar uur door.
  • Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline) die heel geleidelijk werkt voor ongeveer een dag (insuline glargine en detemir).
  • Mix-insulines zijn combinaties van de andere insulinesoorten. Ze worden meestal twee keer per dag ingenomen, vóór het ontbijt en vóór de avondmaaltijd (bijvoorbeeld humuline NPH, lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine).

In dit filmpje zie je hoe insuline wordt geïnjecteerd:

https://www.youtube.com/watch?v=wzXNNbH-7sQ

Comment Stream

2 years ago
0

Ziet er mooi uit!