Insuline

Waarom moet je insuline spuiten?

Bij mensen met diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen insuline meer aan. Zij moeten zichzelf daarom insuline toedienen. Maar ook 20 tot 25 procent van de mensen met diabetes type 2 en vrouwen met zwangerschapsdiabetes kunnen insuline voorgeschreven krijgen. Dit kan naast of in plaats van de tabletten. Ook kan het voor mensen met diabetes type 2 nodig zijn om tijdelijk, bijvoorbeeld bij koorts of na een operatie, insuline te gebruiken.

Hoe werkt insuline?

Insuline is een hormoon. Hormonen zijn stofjes die de verschillende processen in het lichaam regelen. Insuline regelt de glucose-stofwisseling, en speelt een rol bij de vetstofwisseling. De naam insuline komt van het Latijnse woord voor eiland (insula). Insuline wordt immers gemaakt in de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier.

Hoe kun je insuline toedienen?

De meeste mensen spuiten insuline onderhuids (ofwel subcutaan) in het bovenbeen of in de buik, soms in een bil of de bovenarm. U doet dat met een insulinepen ter grootte van een vulpen. Er zijn pennen die al gevuld zijn met insuline, en pennen waar u zelf een patroon met insuline in moet doen.

Spuiten leert u van een deskundige, zoals een diabetesverpleegkundige of een praktijkondersteuner. Samen kiest u de pen die het beste bij u past. Zij zal ook een naaldlengte kiezen die past bij de dikte van uw huid, zodat de insuline ónder de huid en niet ín de huid of in de spier eronder terecht komt. Spuiten in de spier kan niet erg veel kwaad, maar is pijnlijker, kan een kleine bloeding veroorzaken, en versnelt meestal de opname van insuline in het bloed.

Er zijn ook andere manieren om insuline toe te dienen. Een pompje dat is verbonden met een onderhuids naaldje kan uitkomst bieden als het met meermaal daags insuline spuiten niet lukt goede glucosewaarden te bereiken. In het ziekenhuis wordt insuline soms via een ader toegediend. Heel soms wordt een pomp met een slangetje naar de buikholte gebruikt. Bij grote spuitangst (vooral bij kinderen) kan worden gekozen voor een hogedrukspuit zonder naald, of een onderhuidse slangetje dat enkele dagen kan blijven zitten.

Welke soorten insuline zijn er?

Er zijn diverse soorten insuline, die vooral verschillen in werkingsduur: van kort tot langwerkend, en mengsels daarvan. Op basis van de zogeheten werkingsprofielen zijn daardoor meerdere injectie-schema's mogelijk. Langwerkende insulines hoeven minder vaak op een dag te worden gespoten dan kort- of snelwerkende insulines.

Als u bij of na tabletten insuline gaat spuiten wordt vaak gekozen voor 1 of 2 injecties per dag met middellang tot lang werkende insuline, of een mengsel bij 2 maal daags.

Welke soorten pennen zijn er?

Door het grote bedieningsgemak hebben de pennen de spuiten grotendeels verdrongen. Het grote voordeel van de insulinepen is, dat in de pen – die eruit ziet als een soort vulpen door de fabriek voorgevulde insulinepatronen kunnen worden gezet, die na gebruik worden weggegooid. De pennen kunnen gemakkelijk in een jasje of tas worden meegenomen en leveren bij elke insulinetoediening enkele minuten tijdsbesparing op. De pen wordt bij gebruik meestal tevoren ingesteld op het aantal eenheden insuline dat er gespoten moet worden en wordt in één keer door een draai- of drukbeweging leeggespoten. Er zijn ook ook wegwerppennen, waarbij de patroon in de pen vastzit en het geheel zodra hij leeg is kan worden weggegooid, of teruggestuurd naar de fabrikant.