Autisme

Lotte Aalderink, Lydia Nordt & Nienke Pierik

Wat is autisme?

Autisme is een ontwikkelingsstoornis, waarschijnlijk te wijten aan een erfelijk probleem en/of een stoornis in de ontwikkeling van de hersenen. De basis van de problematiek wordt gevormd door een verstoorde informatieverwerking waardoor binnenkomende informatie afwijkend wordt verwerkt en opgeslagen. Doordat het voorstellingsvermogen gelimiteerd is, heeft de persoon een beperkt handeling repertoire en is er sprake van zwart/wit denken. Een persoon met autisme heeft een vertraagde en afwijkende ontwikkeling van sociale relaties en communicatieve vaardigheden. Men spreekt van autisme of ‘klassiek’ autisme wanneer de persoon aan de kenmerken van autisme  volgens het handboek voor diagnose van psychische aandoeningen voldoet. Klassiek autisme zult u als docent niet vaak tegenkomen en daarom noemen we niet al deze kenmerken hier. Vaker voorkomende vormen van autisme, zijn PDD-NOS en het syndroom van Asperger.

1. Wat zijn de problemen en gevolgen van autisme?

Bij iemand die autisme heeft werkt de informatieverwerking in de hersenen op een andere manier. Doordat de hersenen geen goede informatieverwerking hebben, hebben deze mensen/kinderen vaak problemen bij sociale interactie, communicatie, gedrag en spel. Vaak kun je de kenmerken van iemand die autisme heeft al voor het derde levensjaar zien. Het gedrag kan veranderen en het autisme kan in ernst toenemen of juist afnemen. Dit komt omdat je met autisme wordt geboren, het blijft gedurende je hele leven een rol spelen en het is niet te genezen. Autisme wordt niet veroorzaakt door de opvoeding. Dit komt omdat alles wat mensen met autisme zien, horen, ruiken etc. door iedereen op een andere manier wordt verwerkt. Vaak hebben mensen/kinderen met autisme een goed oog voor detail, ze zijn eerlijk, ze zijn analytisch en hardwerkend. Ze hebben moeite met overzicht houden, sociale contacten en hebben een opvallend beperkt aantal interesses of activiteiten.

Daarnaast heb je verschillende soorten autisme onder andere:

- Syndroom van Asperger à Het syndroom van Asperger behoort tot de autisme spectrum stoornissen (ASS). Een syndroom wordt gevormd uit de combinatie van een aantal specifieke symptomen. Kinderen met het syndroom van Asperger zijn normaal tot hoogbegaafd, maar vertonen specifieke problemen met sociale communicatie. Daarnaast hebben ze vaak beperkte interessegebieden en laten ze herhalingsgedrag zien. De kinderen hebben geen vertraagde taalontwikkeling, wat bij klassiek autisme vaak wel het geval is. Het syndroom is vernoemd naar de Weense kinderarts Hans Asperger. Er is al veel bekend, maar door wetenschappelijk onderzoek worden nog steeds nieuwe theorieën ontwikkeld en meer en beter inzicht verkregen.

- PDD-NOS à PDD-NOS staat voor de Engelse term 'Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified'. In het Nederlands betekent dit 'Pervasieve ontwikkelings stoornis - niet anders omschreven'. PDD-NOS is dus een zogenoemde pervasieve ontwikkelingsstoornis. Dit houdt in dat het een stoornis is waarbij zich beperkingen voordoen op verschillende ontwikkelingsgebieden.

Autisme wordt ook wel kernautisme of Kannersyndroom genoemd.

2. Wat zijn de oorzaken van autisme?

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de hersenen van autisten anders werken dan de hersenen van gezonde mensen. We spreken van een neurobiologische oorzaak. Waarnemingen geven autisten niet één groot beeld, maar losse fragmenten die weinig verband lijken te hebben. Hoe deze verschillen in de hersenen precies ontstaan, is nog niet duidelijk.

Wel is bekend dat de volgende factoren van invloed kunnen zijn op het ontstaan van

-> Erfelijkheid. Hoe deze overerving precies plaats vindt en op welke genen de defecten of problemen liggen, is nog onduidelijk.

-> Omstandigheden tijdens de vroege zwangerschap.

3. Aandachtspunten voor de omgang met een leerling met autisme

Voor de omgang met een leerling met autisme zijn er veel aandachtspunten.

Communiceren met een autistisch persoon

Mensen met autisme hebben grote behoefte aan structuur en veiligheid. Veranderingen zijn bedreigend. Als de omgeving daar rekening mee houdt, loopt het contact met een autist wat soepeler.

  • Anticipeer op veranderingen en maak die ruim van te voren bekend.
  • Geef in leer- en werksituaties duidelijke en korte instructies en controleer of ze begrepen worden. Herhaling van handelingen is belangrijk om dingen te kunnen leren.
  • Pas op met humor.
  • Veel autisten hebben moeite met fysiek contact, soms ook met oogcontact en harde geluiden.
  • Kinderen en jongeren met autisme moeten sociale omgangsvormen expliciet aanleren. Ze kunnen niet vertrouwen op hun intuïtie en zullen het gedrag van leeftijdsgenoten vaak niet adequaat interpreteren. De omgeving moet spelregels, omgangsregels en ook impliciete regels over macht en autoriteit (herhaaldelijk) uitleggen en voordoen.
  • Autistische kinderen ontwikkelen zich op bepaalde gebieden (taal, spel) vaak anders en langzamer, waardoor ze niet altijd reageren zoals je op grond van hun leeftijd zou verwachten. Het is dus zaak goed te kijken wat een kind wel en niet kan en begrijpt en daarbij aan te sluiten.
  • Autistische mensen doen vaak ongelofelijk en voortdurend hun best om sociale interacties te laten lukken en erbij te horen – zonder daar goed in te slagen.
  • Mensen met autisme hebben vaak een behoefte aan privacy en aan alleen zijn.
  • Sommige autisten voeren herhalende handelingen of rituelen uit. Die zijn vaak niet goed te begrijpen voor de buitenwereld, maar voor de autist zijn ze nodig om angst te bezweren. Probeer daarom rituelen niet zomaar te onderbreken.
  • Mensen met autisme reageren vaak allergisch op het woord 'moeten'. Moeten betekent voor hen een verandering in hun eigen vastomlijnde programma en impliceert meestal dat iets ook snel of meteen moet. Autisten hebben tijd nodig om een boodschap te verwerken en raken van streek door het onmiddellijke moeten.

Aanpassingen op school

Er zijn veel kinderen en jongeren met autisme die zich – zij het met moeite – kunnen redden in het regulier onderwijs. Ze hebben daar wel begeleiding bij nodig. Een belangrijke valkuil is dat hun gedrag als lastig wordt ervaren en dat autisten vaak niet naar verwachting reageren.

  • Leerkrachten moeten er rekening mee houden dat autistische kinderen zich niet op alle terreinen leeftijdsadequaat gedragen. Hun mentale leeftijd is lager dan hun kalenderleeftijd. Ze ontwikkelen zich op bepaalde gebieden later en langzamer.
  • Kinderen zijn genadeloos naar kinderen die anders zijn en doen. Dat betekent dat autisten vaak gepest worden, wat hun gevoel van onveiligheid versterkt en de ontwikkeling van sociale vaardigheden in de weg staat.
  • Autistische kinderen leren vaak moeizaam de codes die gelden in sport en spel. Het verschil tussen stoeien en 'echt vechten' voelen ze soms niet aan en ze reageren ook niet altijd adequaat op pijn bij anderen. Leerkrachten moeten expliciet zijn in de regels en het doel van sport- en spelactiviteiten duidelijk maken.
  • Het aanleren van sociale vaardigheden moet meer behelzen dan het aanleren van trucjes omdat anders het gevaar bestaat dat de trucjes op verkeerde momenten worden toegepast. Sociale vaardigheden moeten worden aangeleerd op basis van sociaal inzicht, ook al is dat door autisten alleen met moeite en inspanning (en herhaling) te verwerven.
  • Straf is geen goede weg om gedrag te verbeteren of te veranderen, integendeel.
  • Wees je er als leerkracht van bewust dat problematisch gedrag toeneemt onder invloed van angst of stress. In plaats van op het gedrag in te gaan, is het beter om te proberen de stress te doen verminderen (door de leerling een tijdje tot rust te laten komen en hem tot zichzelf te laten komen door rituelen of rustgevende handelingen).
  • o Zorg ook bij uitzonderlijke lesdagen (sportdagen, schoolreisjes) voor structuur. Geef de autistische leerling van te voren een schema met daarop het te verwachten dagprogramma, de regels, wat de leerling mee moet nemen etc.  
  • 4. Adressen en achtergrondinformatie

Hier zijn wat adressen waar informatie te vinden is over het onderwerp autisme:

Kenmerken van autisme?

Als je autistisch bent, heb je vaak moeite met contact maken met anderen. Er zijn drie vlakken waarin

je de kenmerken of symptomen van autisme kunt verdelen:

  • Sociaal gedrag.
  • Communicatie.
  • Gebrek aan verbeelding en flexibiliteit.

Sociaal gedrag:

  • Moeite hebben met het maken van oogcontact, maar ook veel staren.
  • Moeite met contact maken met andere mensen.
  • Afstand houden van andere mensen en het niet fijn vinden om aangeraakt te worden.
  • Weinig interesse in andere mensen tonen, je kunt je ook moeilijk in anderen inleven.

Communicatie:

  • Een beperkte woordenschat.
  • Vaak en lang over hetzelfde praten.
  • Zinnen of woorden steeds herhalen.
  • Moeilijk uit je woorden komen.
  • Moeite hebben om anderen te begrijpen.
  • Een achterstand in de ontwikkeling van gesproken taal.

Gebrek aan verbeelding en flexibiliteit:

  • Zichzelf herhalende trekjes of bewegingen maken.
  • Moeite hebben met (plotselinge) veranderingen en hier weerstand tegen bieden.
  • Veel dingen herhalen.
  • Dwangmatig handelen en bijzondere rituelen.
  • Regelmaat en structuur zijn erg belangrijk.
  • Behalve deze symptomen kun je als autist last krijgen van:
  • Onhandige en stijve motoriek.
  • Overgevoeligheid voor bepaalde geluiden, beelden of temperaturen.

Geen autist is hetzelfde, iedereen met een autistische stoornis heeft zijn eigen kenmerken en symptomen van autisme.

Comment Stream