Palliatieve  zorg

Euthanasie; is een actief beëindigen van het leven door een ander. Bij  euthanasie wordt de patiënt eerst in coma gebracht en daarna word een middel toegediend waardoor de ademhaling stopt. Veelal word er om euthanasie gevraagd aan de eindfase van een terminale ziekte. Bijvoorbeeld bij kanker of alzheimer, maar ook ondraaglijke psychische lijden valt binnen de criteria van de wet.

Sedatie; Bij palliatieve sedatie geeft een arts de medicijnen waardoor de zorgvrager slaperig wordt.Het doel is dat de zorgvrager aan het einde van het leven minder last heeft van klachten.De zorgvrager overlijdt niet eerder door palliatieve sedatie. Palliatieve sedatie is mogelijk als de verwachting is dat de zorgvrager binnen een paar weken overlijdt.

Versterving; In tegenstelling tot euthanasie bestaat er van versterven geen vastgestelde definitie. Versterven is te omschrijven als: ‘bewust of onbewust het stervensproces aangaan door niet meer te eten en (minder) te drinken’ of ‘het op geleide van de afnemende behoefte aan eten en drinken achterwege laten van (kunstmatige) toediening van vocht en voeding teneinde het onafwendbare sterven te respecteren en zo draaglijk mogelijk te maken.’


Pijn; Zorgvrager: Iemand die gaat sterven na een ziekbed voelt zich steeds zwakker worden en heeft het gevoel dat alle kracht uit het lichaam wegvloeit. Dat kan iemand angstig of  onrustig maken. Een stervende wilt meestal niet alleen zijn. In die laatste levensfase zullen mensen terugblikken op hun leven. Tegelijkertijd gebeurt er van alles in het lichaam, het gaat bij iedereen anders.Onderstaande symptomen komen bij veel mensen voor: Slaperigheid - steeds minder eten en drinken - moeilijk slikken - reutelen(dan kan iemand niet meer slikken) - troebele ogen - terminale onrust en dood angst. Veranderde ademhaling - doodmasker (handen -voeten en benen kunnen koud aanvoelen en bleek zijn) verzwakte hartslag - onwillige bewegingen - verlies van urine en ontlasting - koorts.

Familie: Bij de familie is er naar het overlijden van de zorgvrager ook pijn. Pijn dat hun dierbare er niet meer is en niet meer terug komt.

Verdriet; Zorgvrager; De zorgvrager heeft verdriet dat hij/zij niet meer beter word en dat hij/zij komt te overlijden.

Familie ; De familie heeft verdriet dat de zorg vrager niet meer beter word en dat het uiteindelijk overlijd. Als de zorgvrager is overleden, begint het rouwproces. Het verdriet zal misschien een lange tijd blijven.

Taken van verzorgende IG in drie fasen van terminale periode;
Preterminale fase

  • Begeleiden bij de verwerking.
  • Wensen inventariseren.
  • Eventuele lichamelijke zorg.
  • Terminale fase
  • Lichamelijke verzorging van de zorgvrager.
  • Dagelijkse zorg voor het bed en de omgeving.
  • Zorg voor de verzorgingsartikelen.
  • Zorg voor de medicatie.
  • Zorg voor naasten.
  • Begeleiding van zorgvrager en naasten.
  • Zorg voor continuïteit en coördinatie.
  • Stervensfase
  • Waarschuwen van de naasten.
  • Zorgen voor gewenste stervensrituelen.
  • Waken bij de stervende.
  • Alleen noodzakelijke zorg naar behoefte.
  • Begeleiden stervende en naasten.
  • Comment Stream