Verstandelijke beperking

Kylie Tettero, Britt Hulsmeijers & Maaike Kosters

Bij kinderen met een verstandelijke beperking is er een achterstand op het proces van ontwikkeling. Zij maken nauwelijks contact en de omgeving heeft ook invloed op hoe een kind reageert. Een verstandelijke beperking heeft invloed op het leerproces. (Van Eijkeren & Van Midde, 2012).

Verschillende oorzaken van een verstandelijke beperking kunnen komen door een infectie in de zwangerschap, problemen rond of na de geboorte, aangeboren afwijkingen of niet-aangeboren hersenletsel. Regelmatig komt het voor dat de aanleiding van de verstandelijke beperking niet bekend is (CCE, 2015).

Bij kinderen met een verstandelijke beperking moet je kijken naar de aandachtspunten voor de omgang. Bijvoorbeeld in een leersituatie waarbij het kind in een klas komt met reguliere basisschoolkinderen. Je moet kijken naar wat je een kind met een verstandelijke beperking kunt bieden. Er moet structuur in een klas zijn om het kind goed mee te laten draaien. Om te zorgen dat het kind niet achter raakt met de stof, kun je een onderwijsassistent gebruiken. Die zorgt er dan voor dat de stof voor het kind te volgen is en ook in redelijk tempo kan worden gemaakt. Verder is het belangrijk dat je ook rekening houd met de emotionele ontwikkeling van het kind. Hoe ligt het in de groep? Hoe reageert de groep op een ''ander'' kind?

Kinderen met een verstandelijke beperking komen vaak op een school met voor hen passend onderwijs. Ook zijn er speciale scholen waar kinderen met zowel een verstandelijke beperking, als een lichamelijke beperkingen heen kunnen. Kinderen met een verstandelijk beperking gaan vaak naar een logopedist voor de spraakproblemen. Ook kunnen ze naar een ergotherapeut als ze bijvoorbeeld last hebben van spasme. Hier leren ze dit beter onder controle te houden en word er gezorgd voor ontspanning in de hersenen, waardoor het kind minder last heeft van zijn beperking in bepaalde situaties

Kenmerken van iemand met een verstandelijke beperking zijn kleine oren, een korte nek en een grote tong. Ze hebben ook slappe gewrichtsbanden, een kleine schedel en spier slapte of hypotonie, een verlaagde spanning van de spieren. Ze hebben ook kleine geslachtsorganen. Deze zijn onvolledig ontwikkeld. Ze hebben vaak ook last van gewichtsproblemen. (Slidesharenet, 2009).

Mensen met een verstandelijke beperking wonen vaak wat langer bij hun ouders, maar ook voor deze mensen komt er een moment dat ze alleen gaan wonen.
Er zijn heel veel verschillende manieren waarop mensen met een verstandelijke beperking op zichzelf kunnen gaan wonen. De meeste mensen met een verstandelijke beperking gaan begeleid wonen.
Als ze begeleid gaan wonen ligt het aan de organisatie, waar je geplaatst wordt, hoeveel hulp je nodig hebt.
Begeleid wonen houd in dat deze mensen zelfstandig wonen en zelf een huur of woon contract hebben. Twee tot vier uur per week komt er begeleiding langs om te helpen bij een aantal zaken zoals geldzaken, koken en sociale contacten. Ze noemen dit ook wel 'begeleid zelfstandig wonen' (BZW). (op eigen benen, 2013).

Wij hebben een interview met Joyce Hartman afgenomen. Zij heeft les gegeven op een speciaal onderwijs, cluster 4.

1. Wat is het verschil tussen les geven aan kinderen op het reguliere onderwijs en kinderen op het speciaal onderwijs?

We hebben kleinere groepen kinderen en ook heeft elke groep een onderwijsassistent. Het onderwijs is meer afgestemd op de behoeften van de individuele leerling. Ieder kind heeft een eigen handelingsplan. Verder is er heel veel structuur in de vorm van regels, maar ook een duidelijk gevisualiseerde dagplanning. De kinderen weten precies wat ze kunnen verwachten en veranderingen worden op tijd besproken met de kinderen. In het speciaal onderwijs werk je nauw samen met de interne begeleider en de psycholoog en/of orthopedagoog. Er zijn veel observatiemomenten in de klas om de ontwikkeling van de kinderen goed te kunnen volgen.


2. Wat is volgens jou een goede manier van contact leggen met een kind dat een verstandelijke beperking heeft?

Je praat rustig en duidelijk. Eventueel ondersteun je je woorden met gebaren. Je past je manier van contact leggen aan, aan de hulpvraag van het kind.

3. Hoe kan een onderwijsassistent bijdragen aan de ontwikkeling van het leerproces in het speciaal onderwijs?

De onderwijsassistent wordt door de leerkracht ingepland om met kinderen te werken. De onderwijsassistent begeleidt een leerling of een klein groepje leerlingen. De leerkracht bepaalt wat en hoe er geoefend wordt en de assistent voert het vervolgens uit. Doordat de assistent de leerkracht veel werk uit handen kan nemen is er voor de leerkracht meer tijd om tijd te steken in het onderwijs en de zorg aan deze kinderen.

4. Wat vind jij van passend onderwijs met betrekking op kinderen met een verstandelijke beperking?

Op zich mooi dat kinderen met een verstandelijke beperking langer op de basisschool kunnen blijven. Als een kind naar het speciaal onderwijs gaat dan wordt het uit de voor hem/haar bekende omgeving gehaald. Vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt zie je dan nog maar weinig. Je merkt in het speciaal onderwijs dat de kinderen dit heel jammer vinden. Op dit moment zijn de klassen in het regulier basisonderwijs naar mijn inziens te groot om passend onderwijs mogelijk te maken.

5. Wat zou jij doen als je een reguliere basisschool klas zou hebben met daarin een kind met een verstandelijke beperking?

Je moet dan zorgen voor een hele strakke organisatie. Het kind zit voorin de klas. Zodat hij of zij meer aandacht krijgt. Ik zou gebruik maken van allerlei picto's om het kind op die manier zelfstandig de taken te laten uitvoeren. Eventueel moeders inzetten om te begeleiden. Het kind koppelen aan een maatje voor extra hulp. Ook regelmatig de interne begeleider mee laten kijken en tips vragen.

Quiz

Vraag 1:

Kan een kind met een verstandelijke beperking naar een reguliere school?

Vraag 2:
Wat zijn uiterlijke kenmerken van iemand met een verstandelijke beperking?
a. Kleine oren, lange nek, grote tong
b. Kleine oren, korte nek, grote tong
c. Grote oren, korte nek, grote tong

Vraag 3:
Hoe zijn de geslachtsdelen ontwikkeld bij iemand met een verstandelijke beperking?
a. Kleine geslachtsdelen en volledig ontwikkeld
b. Grote geslachtsdelen en onvolledig ontwikkeld
c. Grote geslachtsdelen en volledig ontwikkeld
d. Kleine geslachtsdelen en onvolledig ontwikkeld

Vraag 4:
Wat betekend ‘verstandelijk beperking’?
a. achterstand in het proces van ontwikkeling
b. achterstand in het proces van gedrag

Vraag 5:
Mensen met een verstandelijke beperking komen vaak bij de:
a. fysiotherapeut en logopedie
b. logopedie en ergotherapeut
c. ergotherapeut en fysiotherapeut

Vraag 6:
Hoe maak je het best contact met iemand die een verstandelijke beperking heeft?
a. Praat duidelijk en rustig
b. Gebruik veel handgebaren
c. Bij elk kind maak je goed contact op een andere manier
d. Praat duidelijk, rustig en gebruik eventueel handgebaren.

Vraag 7:
Welke bui hebben de mensen met een verstandelijk beperking vaak?
a. optimistisch en vrolijk
b. chagrijnig en boos

Vraag 8:
Wat vonden jullie van het filmpje? Kan iemand er wat over vertellen? Wat wordt er duidelijk gemaakt met het filmpje?

Vraag 9:
Wat vinden jullie van mensen met een verstandelijke beperking?

Vraag 10:
Wat vinden jullie? Horen mensen/kinderen met een beperking op een reguliere school of in het passend onderwijs?

Comment Stream