Hoge Verwachtingen
FC-SprintĀ²

1. basishouding

"Ik heb geen flauw idee wat mijn studenten kunnen bereiken en dat is beter voor mijn studenten."

- kennis hebben van de wetenschap over dit onderwerp

- weten wat het effect is van wat je verwacht

- knokken tegen lage verwachtingen in je hoofd

- weten wat je doet als je hoge en lage verwachtingen van studenten hebt: (volgens Rosenthal:)

a) Klimaat factor - docenten scheppen een warmer klimaat voor studenten waar ze meer van verwachten, ze zijn aardiger voor deze studenten.

b) input factor - docenten stoppen meer energie in studenten waar ze veel van verwachten. Het heeft niet zoveel zin om energie in studenten te stoppen die het toch niet kunnen.

c) response opportunity factor - docenten geven studenten waar ze veel van verwachten meer kansen om antwoorden te geven, ze krijgen vaker een beurt, ze krijgen meer spreektijd en als ze een fout antwoord geven helpen docenten deze studenten om min of meer samen tot het juiste antwoord te komen.

d) feedback factor - Docenten geven studenten waar ze veel van verwachten meer positieve feedback. En als ze een verkeerd antwoord geven krijgen ze meer gedifferentieerde feedback. Van cursisten waar een docent weinig van verwacht wordt sneller een antwoord met weinig kwaliteit geaccepteerd en wordt vaak niet verduidelijkt wat een goed antwoord zou zijn geweest.

oefening

a - denk aan een groep studenten die je les geeft. Plaats je studenten in een volgorde. Je "beste" student bovenaan en je "slechtste" onderaan.

b - welke ervaringen ga je je "slechtste" student geven om hem op de tweede plaats te krijgen?

c - wat ga je van je "slechtste" student verwachten? Hoe formuleer je dat?

cognitieve geschiedenis - We hebben dit niveau bereikt door ervaringen die ons de mogelijkheid gegeven hebben te leren. Wij kiezen er voor om de oorzaak te zoeken in ervaringen en tijd die besteed is aan leren en niet aan talent. (zie ook mindsets)

2. techniek

- formuleren wat je wilt dat je studenten kunnen laten zien in welke tijd (weten wanneer je als docent heel erg tevreden bent)

- dit formuleren in 5 zinnen of minder

- er zitten information literacy aspecten in - we vertellen studenten niet wat ze moeten doen, studenten moeten zelf materiaal selecteren (uit ander bruikbaar materiaal) wat ze gaan gebruiken om het doel te bereiken.

omdat we studenten vragen materiaal te selecteren uit veel meer materiaal zullen studenten ander materiaal tegenkomen en zo ontdekken wat ze nog meer kunnen leren en hoe het totale "vakgebied" er uit ziet (collateral damage)

- het gaat over wat studenten kunnen / weten (en niet wat ze moeten doen) - Docenten vertellen wat studenten moeten kunnen en wanneer, ze vertellen studenten niet wat ze moeten doen....

- het kan fout gaan (ander is het te makkelijk). Het is de taak van een docent om de student in het gebied te brengen waar hij fouten gaat maken (verschil tussen functioneren en leren)

- het gaat over vertrouwen - een docent is (probeert te zijn) vol vertrouwen over het resultaat (ook al is de student dat nog niet)

- het is zo geformuleerd dat een docent nog steeds verrast kan worden over het resultaat (ondergrens bepalen en geen bovengrens)

- een student heeft veel (en allerlei soorten) bronnen beschikbaar om zijn doel te bereiken. Medestudenten zijn een bron en de docent is de laatste bron.