Running for the Secret - Boek

Heb je ideeën voor het volgende hoofdstuk?

Mail ze naar cswc.book@gmail.com,

En wie weet komen ze in ons boek!

*

Hier is ons eerste hoofdstuk, veel lees plezier!

*

Hoofdstuk 1

Rennen ik moet blijven rennen, ik durf niet te stoppen. Telkens val ik op de grond, en door de modder zak weg. Ik ben nog in schok door wat ik heb gezien. Mijn benen beginnen te staken, ze beginnen moe te worden. Ik weet niet hoelang ik al aan het rennen ben, maar ik durf niet te stoppen. Mijn lichaam doet pijn door de struiken en het riet in het bos. Als ik het goed heb zie ik daar een hut, ik probeer harder te rennen. Als ik aan kom, zie ik dat het is verlaten, de ramen zijn kapot en het hout is verrot. Zachtjes klop op de deur, de deur zit los. Langzaam doe ik de deur open. Als ik naar binnen ga, zie ik dat er al jaren niemand meer komt. Het is heel stil, bijna te stil. Tijdens het lopen hoor ik de vloer kraken, in de hoek zie ik een bank staan die deels is verscheurd. En het tapijt is ook kapot. Als dichter naar de bank loop zie ik iets glinsteren. Ik loop er voorzichtig heen, en zie dat het een klein zakmesje is. Niet wetend wat ik er mee moet, besluit ik het mee te nemen. Als ik verder loop en in de keuken aankom test ik of de kraan het doet, maar tevergeefs. ik ga verder zoeken naar iets bruikbaars, maar ik kan niks vinden. Op de grond ligt een kapot matras. Ik ben zo uitgeput dat ik dan maar op het matras neer plof. Ik probeer te slapen, maar mijn gedachten zitten me in de weg. Ik probeer alles op een rijtje te krijgen, maar het lukt niet. Ik kan niet meer helder nadenken. Uiteindelijk val ik in slaap.
Als ik wakker wordt begint het net lichter te worden. Voor mijn gevoel heb ik niet lang geslapen, maar ik mag ook niet langer slapen, ik moet verder. Waarheen dat weet ik nog niet. Plots sta ik stil, er ligt iemand op de grond. Ik hoor geritsel in de struiken en verstop me snel, achter een boom staande, kijk ik om me heen. Voorzichtig kom achter de boom vandaan en kijk nog eens goed om me heen, maar ik zie hem niet meer liggen. Voor de zekerheid kijk ik nog verder om me heen, maar ik zie niks. Langzamer hand maak ik mezelf wijs dat het waarschijnlijk een verbeelding was. Nog niet helemaal van de schrik bekomen, besluit ik verder te gaan. Na een poosje begin ik te rennen. Ik wordt gek van mijn gedachtes, en mijn gevoelens zeggen steeds: blijf rennen, pas op je, bent niet veilig!! Ik begin nog harder te rennen, totdat ik opeens het dichtbegroeide bos uit ben. Ik stop en zie een heel groot open veld voor me liggen. In de verte zie ik weer bomen. Aan de linkerkant zie ik niet eens een eind aan het veld, en rechts zie ik na een ongeveer tweehonderd meter een bosrand. Ik heb twee keuzes. De keus om over het veld heen te rennen of om een omweg te maken en langs de bosrand aan de rechterkant te gaan. Ik durf niet over het veld , omdat ik bang ben dat ik gezien wordt, maar langs de bosrand duurt te lang. Ik besluit om recht over het veld te gaan rennen. Ik begin weer te rennen, maar kijk steeds opnieuw achterom. na een tijd ben ik voor mijn gevoel op de helft van het grote veld. Als ik achterom kijk zie ik iets bewegen, opeens vliegen er allemaal kraaien omhoog vanuit het moeras. Ik begin struikelen, maar herpak me zelf. En probeer weer verder rennen en durf niet meer om te kijken. Plots voelen mijn voeten koud en nat aan, ik kijk naar beneden en zie dat ik een grote plas met water ben beland. Ik kan niet zien hoe diep het is, en besef dat het veel te lang zou duren om er omheen te gaan rennen. Na alle opties te hebben overwogen besluit ik door de plas heen te rennen. Maar het is dieper dan ik had gedacht. Plots blijft mijn been aan iets haken. Ik probeer mijn been los te krijgen, maar het lukt niet. Door de paniek val ik in het water. Ik kom weer boven water, en trek weer aan mijn been. Ik voelde mijn broekspijp afscheuren, en eindelijk kan mijn been los. Ik heb blij dat ik mijn been los heb gekregen, totdat ik merk dat telkens al ik mijn been beweeg, er een felle steek door mijn been naar boven schiet. Ik heb geen tijd om naar mijn been kijken, want anders zak ik weg in de modder. Half lopend half zwemmend ga ik verder tot aan de bosrand tegenover mij. Als ik daar eindelijk ben aangekomen kijk ik naar mijn been. Tot mijn schrik zie ik dat er over mijn hele been bloed stroomt. Als ik beter naar de wondt kijk, zie ik dat het een diepe vleeswond is. Ik wil het gaan schoon maken, maar er is geen tijd, eerst moet ik uit het zicht zijn, weg van deze gevaarlijke plaats. Strompelend zoek ik tussen de bomen en struiken, zoekend naar een beschutte, veilige plek. Na een lange tijd zie ik een oude holle boom. zo uitgeput als ik nu ben, besluit ik dat het me niet meer uit maakt waar ik me verschuil als het, maar beschut is. Meer vallend dan lopend kom ik bij de boom aan. Moe val ik in de boom en open mijn natte rugtas, Zoekend naar een doek voor om mijn wond. Plots zie ik een bloedzuiger op mijn been, ik schreeuw het bijna uit van schrik, maar kan het net in houden. Met een stok peuter ik de bloedzuiger er af. Daarna bond ik zo snel als ik kon een doek om mijn wond heen. Eindelijk hoefde ik het niet meer te zien, helaas is de pijn nog steeds erg sterk. Langzaam maar zeker val ik in slaap.
Als ik wakker wordt is het midden op de dag, de zon schijnt, en er is geen wolkje aan de lucht. Gelukkig loop ik beschut onder de bomen, maar het best laat en ik moet wel aan het lopen blijven. Ik begin te rennen, maar al snel krijg ik weer last van mijn been. Ik probeer door te rennen, maar het gaat echt niet meer. Lopend besluit ik verder te gaan.
Langzamer hand wordt het bos dichter. Struiken en takken kunnen niet irritanter in de weg staan. Plots val ik met een harde klap op de grond. Als ik kijk waardoor ik gevallen was zie ik een klein, oud, houten kistje. Met mijn mauw veeg ik het zand eraf, en zie ik dat het versierd is met in het hout gekerfde bloemen en krullen. Ik probeer het kistje te openen, maar zit vast met een slot. Gelukkig herinner dat ik het zakmesje nog bij me draag, en wrik het kistje open. Als ik de spullen bekijk die erin zitten, zie ik een oude foto en een brief. Tijdens het lezen van de brief merk ik dat het gaat over een man, en de beschrijving voldoet aan die van mijn vader. Geschrokken over deze ontdekking lees ik verder. In de brief zie doe ik bijzondere ontdekkingen over mijn vader, en hij lijkt wel een heel ander persoon. Als ik de hele brief heb door gelezen zie ik de naam staan van de schrijfster. Mijn mond valt open, het is geschreven door Grace. Ik herken de naam, en bekijk ik snel de foto. Verbijsterd blijf ik ernaar kijken, het is mijn moeder.
Opeens hoor ik weer geritsel , en duik snel weg in een andere struik. Tot mijn verbazing zie ik een jongen. Hij heeft een verwarde blik en loopt angstig door het bos. Hij is sportief gebouwd en heeft bruin haar met bruine ogen. Ik kan zien dat hij van mijn leeftijd is. Voor even leek het of hij mij zag, totdat ik hem uiteindelijk zie doorlopen.
Plots schiet er door mijn hoofd een gedachte. Wat nou als hij mij echt zag..
Ik voel me de afgelopen dagen best alleen en besluit hem te zo zacht mogelijk achter hem aan te lopen. Als ik dicht achter hem sta, tik ik op zijn schouder.
Hij draaide zich verschikt om, en toen ik merkte dat hij wou gaan schreeuwen, legde ik snel mijn hand over zijn mond. Al snel had hij me van top tot teen bekeken. Plotseling duikt hij in de bosjes en trekt mij mee. Zachtjes en verbaasd vraag ik aan hem wat hij doet. Hijgend van de spanning antwoordde hij met: ‘Ik…, ik zag iemand.’ Na een paar minuten, toen we zeker wisten dat het er veilig was, vroeg hij aan mij wat ik nu in dit bos deed. Het was een feit, iedereen wist dat er iets mis wat met dit bos. Uiteindelijk is zelfs de toegang tot het bos ontzegd aan iedereen die in de regio leeft.

Comment Stream