Gijs' mediawijsheid

Mediawijsheidcompetenties

B1: Bewust zijn van de medialisering van de samenleving

Niveau 3: Weet de meer evidente effecten van het toenemend media-gebruik op het menselijk bestaan te benoemen, zoals: het feit dat media altijd en overal aanwezig zijn, dat we altijd met elkaar in verbinding staan, dat er steeds meer informatie op ons af komt, etc.

B2: Begrijpen hoe media gemaakt worden

Niveau 2: Herkent veel gebruikte standaardtechnieken. Begrijpt hoe mediaproducenten deze technieken inzetten om hun doelstellingen te realiseren.Gebruikt deze kennis om mediaboodschappen kritisch te evalueren.

B3: Zien hoe de media de werkelijkheid kleuren

Niveau 4: Kan kritisch analyseren hoe conventies en gebruiken binnen de mediabranche van invloed zijn op de maatschappelijke beeldvorming en de normen en waarden binnen een cultuur.

____________________________________________________________

G1: Apparaten, software en toepassingen gebruiken

Niveau 2: Gebruikt e-mail, internet, mobiele telefoon en sms frequent. Heeft een profiel op een of meerdere sociale netwerken. Speelt verschillende games. Uploadt af en toe eigen content. Wacht, bij het uitproberen van meer innovatieve mediatechnologieën, af op wat anderen in de eigen omgeving doen.

G2: Oriënteren binnen media-omgevingen

Niveau 3: Kan zich oriënteren binnen mediaomgevingen waarin apparaten, content en toepassingen op meerdere manieren met elkaar verbonden zijn of kunnen worden (zoals smartphones, video editors en sociale netwerken).

____________________________________________________________

C1: Informatie vinden en verwerken

Niveau 4: Heeft een persoonlijke strategie om via diverse nieuwe mediatoepassingen en sociale netwerken informatie optimaal tot zich te laten komen.Weet relevante informatie systematisch te beheren.Deelt relevante informatie en kiest daarbij voor verschillende doelgroepen het juiste medium.

C2: Content creëren

Niveau 4: Deelt belangwekkende informatie op diverse platformen (als Slideshare). Draagt bij aan co-creatie initiatieven als forums en kennisbanken (als Wikipedia). Kan een eigen website inrichten. Creëert en deelt hoogwaardig audio visueel materiaal. Kiest een geschikt medium bij het verzenden van mediaboodschappen en giet deze in optimale vorm.

C3: Participeren in sociale netwerken

Niveau 3: Heeft een bewust vormgegeven profiel op een of meerdere sociale netwerksites. Deelt interessante en vermakelijke content, zowel in persoonlijke als professionele contexten. Reageert alert en constructief op posts van anderen, en houdt zo de community levendig en interessant. Kan nieuwe online relaties aangaan en bestaande relaties koesteren.

_____________________________________________________________

S1: Reflecteren op het eigen mediagebruik

Niveau 3: Beseft hoe het eigen mediagebruik invloed heeft op de eigen levensstijl. Kan analyseren hoe de eigen mediaconsumptie van invloed is op de eigen kijk op de wereld (‘je bent wat je surft/kijkt/speelt/downloadt’).

S2: Doelen realiseren met media

Niveau 3: Weet wanneer welke toepassingen meerwaarde hebben bij het realiseren van professionele en sociale doelstellingen en kan deze effectief inzetten (zoals bij het vinden van een nieuwe baan of het geld inzamelen voor een goed doel).

_____________________________________________________________

Mijn leerdoelen

B1: Bewust zijn van de medialisering van de samenleving


S: Ik wil meer informatie krijgen wat betreft de medialisering
M: Ja, je kan via verschillende bronnen informatie opnemen
A: Ja
R: Ja
T: Nee, er zit geen specifieke tijd aan vast dat ik het wil weten.


B2: Begrijpen hoe media gemaakt worden


S: Ik wil meer kanten van de media leren kennen
M: Niet echt
A: Ja, het is iets waarin ik me interesseer
R: Ja, het is haalbaar
T: Zodra er de mogelijkheid toe is

B3: Zien hoe de media de werkelijkheid kleuren


S: Ik heb hier al niveau 4 dus niet bepaald iets toe te voegen
M: Dat lijkt me best meetbaar
A: Ik kan het ook best wel accepteren
R: Het lijkt mij vrij haalbaar, ja
T: Tja, eigenlijk nu al

G1: Apparaten, software en toepassingen gebruiken

S: Ik zou graag nog meer apparatuur onder de knie willen krijgen
M: Ja
A: Ja
R: Het is haalbaar door het grote aanbod van apparaten
T: Als ik er geld voor heb

G2: Oriënteren binnen media-omgevingen


S: Meer mediums gebruiken
M: Meerdere
A: Ja
R: Het is haalbaar als ik er zelf achter aan ga
T: Als het aanbod komt

C1: Informatie vinden en verwerken


S: Ook op bij deze competentie zit ik, naar mijn mening, op niveau 4
M: Het zou meetbaar kunnen zijn...
A: ...en ik kan er zelf ook wel goed mee omgaan...
R: ...dus dat lijkt me redelijk haalbaar
T: Elk moment van de dag

C2: Content creëren


S: Geloof het of niet, maar ook hier heb ik bij mezelf niveau 4 neergezet.
M: Het zou ook hier weer meetbaar kunnen zijn
A: Ook dit is acceptabel
R: Het lijkt me een realistisch niveau
T: Als ik iets moet schrijven, of mijn radioshow heb. Constant, dus!

C3: Participeren in sociale netwerken


S: Ik zou eventueel meer Social Media kunnen gebruiken
M: 3
A: Ja
R: Het lijkt mij een goed haalbaar plan
T: Als ik er tijd voor heb

S1: Reflecteren op het eigen mediagebruik


S: Ik zou nog een iets realistischere blik kunnen krijgen
M: Lastig
A: Ja
R: Het is lastig, maar zou haalbaar kunnen zijn
T: Als mij erover verteld wordt

S2: Doelen realiseren met media


S: Ik zou wel wat meer gebruik kunnen maken van de Social Media om doelen te kunnen realiseren
M: Ja
A: Ja
R: Zeker
T: Als ik een plan/evenement heb dat meer aandacht verdient kan ik dit doel realiseren.

Competentieniveaus van Gijs!

Comment Stream