Insuline

Waarom moet je insuline toedienen als je diabetes hebt?

Diabetes Mellitus ontstaat door een tekort aan insuline in het lichaam ofwel een verminderde gevoeligheid daarvoor. Insuline zorgt ervoor dat in het lichaam glucose kan worden gebruikt voor de verbranding. Bij diabetes wordt de glucose of bloedsuiker niet goed opgenomen in het lichaam en blijft dus in het bloed achter. Door te hoge bloedsuikergehalten of diabetes kunnen ernstige complicaties ontstaan zoals een verminderde nierfunctie, afnemen van het gezichtsvermogen, slechtere wondgenezing en hart-en vaat aandoeningen. Het toedienen van insuline zorgt ervoor dat de bloedsuikerspiegel wordt gereguleerd. Insuline wordt dan ook voorgeschreven voor zowel Diabetes I als II patiënten om te zorgen dat ernstige complicaties door suikerziekte kunnen worden voorkomen.

Wat doet insuline?

Insuline is een hormoon. Hormonen zijn stofjes die de verschillende processen in het lichaam regelen. Insuline regelt de glucose-stofwisseling, en speelt een rol bij de vetstofwisseling. De naam insuline komt van het Latijnse woord voor eiland (insula). Insuline wordt immers gemaakt in de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier.

Glucose is een belangrijke brandstof, het levert energie. Glucose is afkomstig uit de koolhyraten in de voeding. Glucose wordt uit de darm opgenomen in het bloed, en wordt dan bloedglucose of kortweg glucose genoemd.

INJECTEREN MET EEN PEN

Dit zijn algemene richtlijnen die gelden voor het toedienen van insuline met een pen.
Wij raden aan steeds de instructies van de penleverancier te lezen.

  • Verwijder de dop van de pen. Indien er een nieuw patroon nodig is, draai dan de patroonhouder los. Plaats een insulinepatroon in de houder en bevestig deze weer op de pen.*
  • Troebele insuline voorzichtig 20 keer rollen of kantelen totdat de kristallen weer in suspensie zijn gebracht (de oplossing wordt melkachtig wit).
  • Gebruik voor elke injectie een nieuwe naald.
    Plaats de naald net voor de injectie op de pen. Verwijder de buitenste dop van de naald en vervolgens de binnendop.
  • Controleer vóór elke injectie of de pen werkt. Stel 2 eenheden in. Richt de pen naar boven en druk langzaam op de injectieknop. Bovenaan de naald moet een druppel insuline verschijnen. Zo niet, dan stelt u de pen nogmaals in en drukt u weer op de injectieknop totdat u een druppel insuline ziet verschijnen.
  • Stel de gewenste dosis in.
  • De pen is nu klaar voor gebruik. Breng de naald helemaal in de huid en injecteer de insuline langzaam. Wanneer de injectieknop weer op 0 staat, de naald nog minstens 10 seconden in de huid laten zitten om ervoor te zorgen dat de volledige dosis geïnjecteerd is. Verwijder nadien de naald langzaam uit de huid.

    Welk soort insuline zijn er:
  • Superkort werkende insuline (kortwerkende insulineanaloga) die direct vóór de maaltijd of soms meteen erna wordt ingenomen (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline werkt vier tot vijf uur.
  • Kort werkende insuline (gewone, zogenoemde ‘regular’ insuline) die een halfuur tot kwartier vóór de maaltijd wordt ingenomen (actrapid, humuline, insuman rapid). Deze insuline werkt zes tot acht uur.
  • Middellang werkende insuline (matig langzaam opgenomen) die bijvoorbeeld ’s avonds wordt ingenomen (NPH-insuline). Deze insuline heeft het maximale effect pas na 4-8 uur en werkt daarna nog een paar uur door.
  • Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline) die heel geleidelijk werkt voor ongeveer een dag (insuline glargine en detemir).
  • Mix-insulines zijn combinaties van de andere insulinesoorten. Ze worden meestal twee keer per dag ingenomen, vóór het ontbijt en vóór de avondmaaltijd (bijvoorbeeld humuline NPH, lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine).

    Soort insulinepennen:

    Er zijn twee soorten insulinepennen: voorgevulde en navulbare. Beide bestaan uit een soort pen waarop een wegwerpnaaldje geschroefd kan worden. Verder heeft de pen een doseerknop om de dosis te regelen. Het verschil is dat een voorgevulde pen bij levering gevuld is met insuline. Wanneer de pen leeg is wordt deze weggegooid. Een hervulbare pen bevat een ampul met insuline die vervangen kan worden wanneer deze leeg is.
    Insuline wordt altijd subcutaan (in het vet onder de huid) toegediend. De gebruikte naalden zijn dan ook vrij klein vergeleken met andere injectienaalden. Voordat de insulinepen ontwikkeld werd dienden diabetici hun insuline toe met een gewone injectiespuit.

Comment Stream