afrondings opdr 1  5&8

Punt  8

Doelstellingen van zorgboerderijen

Zorgboerderijen richten zich op het beleving van hun clienten en ze zijn dan niet kritisch op de prestatie of arbeidsproductiviteit.

Cliënten worden betrokken bij de werkzaamheden van het bedrijf, zonder dat deze arbeid enige economische waarde heeft voor het bedrijf of de cliënt. De grondhouding hierbij is uitnodigend en stimulerend mensen aanspreken op hun mogelijkheden en verantwoordelijkheden leggen daar waar dat mogelijk is.

Clienten worden arbeidsgetraind. Bij Arbeidstraining gaat het om toe leiden naar betaald werk. Hierbij moet naast het aanleren van vaardigheden, arbeidsprestaties, werkritme en werkhouding ook sociale vaardigheden een belangrijke rol. De training is gericht op doorstroom naar betaald
werk.

Er is ook Vrijetijdsbesteding. In de vorm van logeren en weekendopvang op tijdelijke basis, buiten de eigen huis, professionele zorg of begeleiding en ondersteuning aan mensen met een zorgvraag. Mensen met een Zorgvraag kunnen af en toe komen logeren. De opvang is mogelijk gedurende weekenden (weekendopvang), midweken en vakantieperioden (logeren). De redenen voor tijdelijke opvang zijn zeer divers en vooral afhankelijk van de vraag van een cliënt.

Hier heb  ik een filmpje over zorgboerderij

ik vind het  goed dat er zulke plekken bestaan voor  deze speciale mensen. je hoort  ook dat de "normale'' mensen  die hier ook werken veel plezier hebben en dat vind ik dus ook heel belangrijk.

punt   5

Een warme zorgrelatie tussen mensen met een verstandelijke of een psychiatrische beperking en hun buurtbewoners, is geen realistisch beeld van de participatiemaatschappij. Dat stelt Femmianne Bredewold naar aanleiding van haar promotieonderzoek ‘Lof der Oppervlakkigheid’ aan de Universiteit van Amsterdam.

'De verwachtingen van wederkerigheid in de buurt tussen mensen met en zonder een beperking zijn hooggespannen', zegt Bredewold. Bredewold, die 10 januari op haar onderzoek promoveert, onderzocht of en op welke manier er contact tussen mensen met en zonder beperkingen ontstaat. Daarvoor interviewde ze zorgprofessionals en buurtbewoners en onderzocht ze enkele wijkprojecten in twee buurten in Zwolle.

Groeten

Zo blijkt dat burgers zonder beperkingen niet vanzelfsprekend omzien naar burgers met een beperking. De grootste groep ondervraagden (65-69%) heeft geen enkel contact met mensen met een psychiatrische achtergrond of een verstandelijke beperking. 'Dertig procent van de buurtbewoners spreekt wel eens iemand met een beperking, maar dit is voornamelijk heel licht contact: elkaar groeten of een praatje maken.' Een beperking blijkt regelmatig belemmerend te werken. Burgers kunnen zich moeilijk inleven in elkaars situatie of de beperking belemmert eenvoudigweg het aangaan van contact.

Wederkerigheid

Uit het onderzoek blijkt dat intensief contact tussen buurtbewoners met en zonder een beperking heel lastig is. 'Mensen met een beperking weten dan niet goed wat er van hen verwacht wordt en voelen de ongeschreven regels vaak niet goed aan. De wederkerigheid neemt af: mensen zonder beperking kunnen meer doen voor mensen met een beperking dan omgekeerd. Dat willen zij ook best wel doen, maar buurtbewoners met een beperking voelen zich daar niet altijd fijn bij. De onbalans in contact doet iets met de gelijkwaardigheid in het contact.'

De huisvesting van gehandicapten in woonwijken leidt op minstens zes plekken in Nederland tot conflicten over ernstige geluidsoverlast. Onder meer in Terheijden, Hengelo en Eemnes worden buren gek van het geschreeuw.

Integratie

Het is ook nogal wat, vindt Bredewold. Om als overheid te verwachten dat buurtbewoners een bijdrage leveren aan de integratie van mensen met een beperking. 'Sommige aandoeningen zijn heel complex en je kunt niet altijd goed met elkaar communiceren. Dan staat de buurman om 10 uur 's avonds voor de deur voor een kopje koffie bijvoorbeeld. Er zijn ook mensen die echt overlast veroorzaken in de wijk en waarbij de confrontatie snel hoog oploopt.' Maar dat schijnt niet tot de overheid door te dringen, meent de onderzoeker. 'Ook in gesprekken met professionals uit de gehandicaptenzorg blijkt dat zij zich zorgen maken over de verdere ambulantisering van de gehandicaptenzorg.'

Waardevol

Het lijkt Bredewold raadzamer in te zetten op lichte en oppervlakkige contacten waar het op contact tussen buurtbewoners met en zonder beperkingen aankomt, wijzend op de titel van haar promotieonderzoek. 'Dat de groenteboer weet wie je bent, een praatje in het trappenhuis of een buurvrouw die je groet, zijn heel waardevolle momenten. Het is misschien oppervlakkig, maar zo voelen mensen met een beperking zich wel gezien. Ze tellen mee in de buurt.'

Projecten

Dat duidelijke, begrensde, lichte contact vindt vooral plaats in de publieke ruimte; op straat, op hondenveldjes of in contact met winkeliers. Ook vind je het terug in projecten in de buurt, ontdekte de onderzoeker. In een speciaal eetcafé, een klusschuur en een wijkboerderij. 'Het contact is oppervlakkig en de rollen zijn helder. Het is duidelijk wat er van iedereen verwacht wordt', verklaart Bredewold. 'Iemand komt zijn band laten plakken en diegene die er werkt doet dat. Het contact is begrensd en dat geeft een prettig gevoel voor beide partijen.'

Eigen mening: ik vind het goed dat de overheid de aantal integratie heeft overschat want dit betekent ook dat er extra voorbereidingen zijn gemaakt voor het geval dat er een plotselinge overschot komt.

In gehandicapte huisvestigingen Terheijden, Hengelo en Eemnes wordt er ook gesproken over geluidsoverlast door gehandicapten. Ik vind dat er iets hier aan moet worden gedaan.

  • 1. Meer faciliteiten
  • 2. Minder geluidsoverlast
  • 3. Betere begeleiding ook van ouders
  • 4. Meer hulp gemeentes voor projecten
  • 5. Meer professionele hulp

Comment Stream

2 years ago
0

Ik heb jou tack pagina bekeken en vond dat je een leuk filmpje hebt gevonden over de zorgboerderij je hebt alles duidelijk benoemd en weet nu wat meer erover, Ook je intergratie tips vond ik heel goed